De lucht in met vliegangst

Ik ben een heleboel dingen niet. En een heleboel dingen wel. Een angsthaas, piepmuis, misschien een vreemde eend en soms een kip zonder kop. Maar wat ik in ieder geval niet ben is een hoogvlieger. Hoewel deze term spreekwoordelijk te maken heeft met het wel of niet hebben van talent, bedoel ik dit eigenlijk gewoon letterlijk. Mij krijg je de lucht niet in! Vliegangst is in ieder geval de enige angst die mij met beiden benen houdt. 

20180725_123018_0

Nou is het niet zo dat ik nog nooit aan boord gestapt ben. Hoewel ik me niet meer kan voorstellen hoe dat destijds gelukt is. De laatste jaren krijg je mij onmogelijk door de gate. Ik heb het nooit prettig gevonden om kilometers hoog in de lucht opgesloten te zitten tussen wildvreemden. Elk lampje dat aan of uit gaat, elk piepje of kraakje, elke beweging en ik overweeg de nooduitgang te nemen. En daar hebben we dan ook het grootste probleem: er is geen mogelijkheid de benen te nemen op 10.000 meter.
Je kunt je wellicht voorstellen dat als je al angstzweet zweet tijdens een ritje van een minuut of 10 in een intercity, het zweet je behoorlijk uitbreekt in zo’n kist.

Het is vreemd en stom dat fijne gevoelens, die horen bij successen en overwinningen, zo snel verwateren. Dat terwijl de emmer overloopt van mislukte pogingen. Door niet te vliegen loop ik dingen mis. Ik wil meer van de wereld zien dan alleen de muren van de woonkamer. Hoe verleg ik die grens als het soms al uit mijn tenen moet komen om mijn voet buiten de deur te zetten?

Welkom aan boord
Een paar jaar geleden ging ik met mijn familie en vriend op reis naar Aruba. En WAUW ik zweette me een partij peentjes en scheet meer dan driehonderd kleuren. Maar, I did it. Niet vanzelf. Niet gemakkelijk. Handbagage gevuld met afleiding en een dosis aan veiligheidsmaatregelingen. Met meer dan op twee handen te tellen momenten dat ik me om wilde draaien om terug naar huis te gaan.

Mind your step werd mij toegesproken op de loopband. Maar het riedeltje waar men zich blijkbaar aan irriteert hoorde ik nauwelijks. Ik hoorde go home now. En dan kwam daar het gevreesde moment dat je ook daadwerkelijk dat ding in moet stappen. ‘Welkom aan boord’ zei de vriendelijke mevrouw in het blauw. Ik piepte hallo terug terwijl ik wit wegtrok. Volgens mij was het duidelijk van mijn gezicht af te lezen dat ik niet klaar was voor vertrek, want niet veel later kwam ze naar mij toe om te vragen of ik het een beetje spannend vond.

20180725_013204_0

Het ging wel
Maar goed, ik zat erin. Ik heb op mijn tanden gebeten, de hand van mijn vriend bijna blauw geknepen en menig medepassagier een vermakelijk tafereel voorgeschoteld. Een beetje entertainment tijdens take off. Eenmaal in de lucht nam de angst iets af maar ik bleef de minuten aftellen. Uiteindelijk lukte het me om een filmpje te kijken en het verhaal ook redelijk te volgen. Ik bleef alert voor alles wat ik voelde, dacht te voelen, hoorde of dacht te horen maar het ging wel. Maar liefst elf(!) uur later kon ik pas weer vrij ademhalen. En dat op een eiland zo mooi als in de reclames voor tropical kokos douchegel. Hoewel de paniek mee was op vakantie, heb ik ook enorm genoten van het witte zand tussen mijn tenen.

Gauw weer vergeten
Ik weet nog heel goed wat ik dacht toen ik een week later, met in totaal 22 vlieguren achter de boeg, weer safe and sound op eigen bodem stond: Als ik dít kan, dan is een ritje met de trein of bus kinderspel. Maar dat is het probleem… Als je niet wekelijks je spieren traint zullen ze uiteindelijk weer verdwijnen. Het gevoel van kracht en vertrouwen in mijn eigen kunnen vervaagde langzaamaan naar de achtergrond. En opeens was het weer verdwenen. De ‘gewone’ OV ritjes die een peulenschil hadden moeten blijven voelde eerder als uitglijden over een bananenschil. Redenen waarom het allemaal wel goed zou komen gingen het ene oor in en het andere oor uit. Redenen waarom het allemaal mis zou kunnen gaan namen hun vertrouwde plekje weer in tussen mijn oren. En hoewel gapen de simpele oplossing is tegen dichte oren op 10.000 meter, ben ik er nog niet helemaal over uit hoe je dit varkentje moet wassen.

Hoe zorg je dat helpende gedachten blijven plakken en niet-helpende gedachten zich zo onwelkom voelen dat ze wegblijven? Zolang ik dat nog niet helemaal onder de knie heb laat ik nog regelmatig de vogel over het net vliegen. Ik hoop maar dat er een moment komt waarop ik voorzichtig mijn ”vleugels uitsla” en kan gaan en staan waar ik wil. Of dat nou per trein, vliegtuig, bak, bakfiets of met de benenwagen is.. Als ik maar achter het roer sta, gas durf te geven en niet direct weer bovenop de rem ga staan. Dan kom ik wel ergens. En dat vliegen.. het staat op mijn to-do list. Misschien moet ik het over een poosje toch weer eens proberen.

Vind jij het eng om te vliegen?

Fotografie: angstmetanne

Geef een reactie