Een rugtas vol veiligheidsgedrag: een last of verlichting?

Ik heb vrijwel altijd een pakje kauwgom en een flesje cola in mijn tas. Het is vaste prik. Onderdeel van mijn survival kit. Veiligheidsgedrag. Het is iets wat gepaard gaat met het hebben van angst of een angststoornis. Gewoontes en gebruiken. Een trukendoos om op magische wijze controle te krijgen over de dingen waar je geen controle over hebt. Het helpt de angst aan te kunnen en om er weerstand tegen te bieden. Het effect is echter maar tijdelijk en komt niet zonder consequenties. Het nadeel wat er aan kleeft is dat je voor je het weet onder de plak zit. Genoeg reden dus om dit gedrag zo snel mogelijk af te leren. Dat zou waarschijnlijk wel het beste zijn, maar ik heb er een hele kluif aan.

Ik doe bepaalde dingen wel of juist niet omdat ik denk dat het mij uit de penarie houd. Het geeft een gevoel van veiligheid. I feel in control en dat is fijn, want als er iets is waar ik bang voor ben is het de controle verliezen. Ik wil weten wat er gebeurt of gaat gebeuren en wil in de hand hebben en houden wat ik voel en denk. Nagenoeg onmogelijk maar hardnekkig. Het zijn gewoontes en maniertjes die ik mezelf heb aangeleerd om kwaad tot erger te voorkomen. Als ik dit doe, dan…

What’s in my bag?
Tijdens mijn eerste paniekaanval zat ik in de trein. Ik was al vaker benauwd geweest maar dit was anders. Mijn adem werd hoger, sneller en oppervlakkig. Het geroezemoes van de medereizigers werd luider, de warmte drukkender en de smalle coupé nog smaller. Holy shit, wat gebeurt er met me? De warmte en het gebrek aan frisse lucht in mijn longen maakte dat mijn maag zich omdraaide. Dit wilde ik niet voelen. Ik begon wild in mijn tas te graaien naar iets, wat dan ook, en viste er een pakje kauwgom uit. Dat was op dat moment voor mij een redmiddel. Ik stopte er een paar in mijn mond en probeerde me op elke kauwbeweging te concentreren. Langzaam maar zeker raakte ik de vieze smaak achterin mijn keel kwijt en kalmeerde mijn maag. Het had geholpen. Vooral de afleiding die het mij gaf heeft er in mijn beleving voor gezorgd dat ik de controle niet verloor. Tijdens de eerstvolgende treinrit had ik weer kauwgom mee ‘voor het geval dat’ en voor ik het wist ging ik de deur niet meer uit zonder. Het voorkwam niet dat ik opnieuw paniek kreeg, maar het hielp mij de gevolgen aan te kunnen.

Mijn eerste veiligheidsgedrag zit er tot vandaag de dag nog steeds diep ingeslepen. Met de jaren zijn er steeds meer maniertjes bijgekomen. Behalve kauwgom heb ik ook altijd dropjes en dextro (mocht ik een flauwte krijgen) en een flesje water of cola (bij voorkeur allebei) bij me. Behalve de standaard uitrusting is polsen hoe het met mijn hartslag zit ook iets wat ik gedurende dag meerdere keren doe. Gaat het langzaam? Gaat het snel? Beiden uitkomsten stellen mij niet gerust maar toch neem ik continu polshoogte. Als ik naar een restaurant ga wil ik het liefst bij het raam zitten en bij een film of in het theater niet in het midden en dichtbij de nooduitgang. Ik vraag regelmatig of ik wit zie of blosjes heb om te checken of ik misschien symptomen heb van een griepje of iets dergelijks. Als iemand mij vertelt dat er ergens buikgriep heerst kom ik er voorlopig niet en iemand met buikgriep komt er voorlopig niet in. Waar mogelijk probeer ik van alles en nog wat te voorkomen en onder controle te houden.


Afhankelijk van veiligheidsgedrag
Veiligheidsgedrag is mijn korte termijn oplossing. Een noodoplossing om te kunnen dealen met waar ik bang voor ben. Het geeft me even een veilig gevoel maar zonder voel ik me onveilig. Ik word afhankelijk van mijn veiligheidsgedrag. Het helpt me de deur uit te gaan maar zonder ga ik de deur niet meer uit. Door psychologen en zelfhulpboeken wordt het dan ook sterk geadviseerd deze gewoontes zo snel mogelijk te laten varen. Over boord gooien. Iets wat mijn verstand begrijpt maar waar mijn gevoel niet aan wil. Ik heb al jaren een angststoornis en gedraag me nog steeds veilig. Sla ik de adviezen in de wind? Wil ik dan niet herstellen? Daar zijn de meningen vast over verdeeld. In het meest gunstige geval zou ik mijn veiligheidsgedrag niet meer nodig hebben, maar helaas ben ik (nog) niet zo ver. Waar ik nu wel trots op ben is dat ik mijn veiligheidsgedrag al veel minder inzet dan een tijd geleden. Nu ben ik weleens onderweg en bedenk ik me dat ik geen kauwgom bij me heb. Hoewel ik dat niet echt een prettig idee vind, race ik niet meer direct naar de dichtstbijzijnde winkel. Dan waag ik een poging zonder.

Vertrouwen in je eigen kunnen
Veiligheidsgedrag kan dus veel macht over je hebben. Bij tijd en wijle heeft het dat zeker over mij. Ik geloof dat mijn veiligheidsgedrag voorkomt dat mijn rampscenario uitkomt. Het is een beschermengeltje geworden die ik altijd bij me wil hebben. Het betekent dat ik het niet alleen kan. Ik voel me misschien veilig(er), maar wordt de situatie ook écht veiliger door wat ik doe? Of brengt het mijn vertrouwen in mijn eigen kunnen in gevaar? Bij mij ontbreekt met regelmaat het vertrouwen dat ik de nare gevoelens van de angst kan verdragen. Ik verkies nog vaak de zogenaamde zekerheid van veiligheidsgedrag boven de onzekerheid van loslaten. De situaties of gebeurtenissen waar ik bang voor ben worden langzaamaan nog enger en grootster. Ik verzet bergen om het maar niet onder ogen te hoeven komen. Uiteindelijk heeft het inzetten van veiligheidsgedrag dus een averechts effect en draagt het bij aan het cirkeltje van de angst. En dat ‘ergens ook wel weten’ betekent niet automatisch dat je de theorie ook in praktijk brengt. Ik ben koppig en doe niet altijd wat het beste voor me is.

Kritisch kijken en bewust blijven
Wat ik de laatste tijd steeds meer probeer is kritisch kijken naar wat ik doe en wat ik ermee hoop en denk te bereiken of voorkomen. Zijn er dingen die ik zo af en toe thuis zou kunnen laten? Durf ik dat te proberen? Ik probeer het gedrag als het ware op de proef te stellen en het effect te meten. Is er daadwerkelijk verschil tussen de uitkomsten van de situaties waarbij ik mijn veiligheidsgedrag wel of niet toepas? Op een goede slechte dag laat ik expres een gewoonte thuis liggen. Hoewel het lege zijvakje de tas niet lichter maar zwaarder maakt, kom ik in the end toch weer veilig thuis. Het voelt soms zwaar shit, maar het voelt ook wel lekker om het een poepie te laten ruiken. Ik ben me bewust van de voor- en nadelen van mijn trucjes en ik weet dat ze niet magisch zijn. Een kauwgompje is gemaakt voor een frisse adem en geen wondermiddel tegen hyperventilatie.

Een last of verlichting? Goeie vraag. Op korte termijn is het voor mij een verlichting. Ik hoef het hol van de leeuw niet in maar mag op een veilig afstandje verblijven. Maar afhankelijk zijn van allerlei trucjes, maniertjes en slechte gewoontes geeft me geen garantie op veiligheid. Het beperkt me in mijn vrijheid. Op korte termijn kan het een coping mechanisme zijn om grip te houden op de grote, boze wereld en kan het drempelverlagend werken om toch die ene stap te nemen die je al zo eng en moeilijk vind. Op lange termijn houdt het de angst in stand. Je angst moet haast wel gegrond zijn als je er zoveel voor over hebt om het niet te hoeven meemaken of voelen. Je bevestigt je eigen, onprettige gedachten. En dat is geen prettige gedachte. Het kan een zware last zijn als je het te lang op je schouders meedraagt. Soms even naast je neerzetten en op adem komen zonder is dus geen slecht idee.

We hebben allemaal een rugzakje en dragen allemaal wel iets met ons mee.
Wat zit er in die van jou?

Fotografie: angstmetanne

Geef een reactie