Terug van niet weggeweest & bang om blij te zijn?

Wauw, wat is het lang geleden dat ik iets, wat dan ook, op papier heb gezet. Schrijven is geen moetje en dat moet het ook zeker niet zijn of worden, maar dit moet anders. Dus daar gaan we. Ik begin gewoon te typen en ik zie wel waar ik terecht kom. Waar ben ik geweest? Waar was jij? Ik was gewoon hier. Echter bleven de gedachten en gevoelens kladversies met als eindbestemming de prullenbak op het bureaublad. De laatste keer dat ik iets schreef was afgelopen zomer. Ik had de tijd en behoefte open kaart te spelen, het voelde goed en hoewel ik van plan was dit voort te zetten, heb er toch een klein potje van gemaakt.

Het is inmiddels eind november en mijn plan om na mijn vakantie te schrijven over pizza, pasta en paniek heeft, zoals je kunt zien aan het gebrek van deze 3 p’s, nooit het licht gezien. Blijven hangen in de concept fase. Zoals die dingen gaan wordt een drempel uiteindelijk een heuvel, ga je er als een berg tegen op zien en berg je je wandelschoenen uiteindelijk maar weer op in de kast. Zoals ik omga met dat soort dingen dacht ik ‘laat maar’. Als je het gevoel hebt dat je je hart uit te stort voor een lege zaal is het best even vreemd als je reactie krijgt op wat je hebt staan verkondigen. De enkeling die de tijd nam om mijn blog te lezen vroeg zich af, vanwege de stilte, of het blogtijdperk voor mij er alweer op zat. Misschien wel dacht ik toen, want ik voelde er niet zoveel meer voor. Wat je schrijft in de zomer, blijft in de zomer. De herfst is in aantocht, de blaadjes vallen van de boom en ik neem het blad weer voor de mond.

Nu is nu eind november. De dagen worden kouder en donkerder. Het is zondagavond en ik ben weer aan het typen geslagen. Zoals met zo veel dingen ‘moet’ je soms gewoon beginnen. De draad oppakken als je even in de knoop zit. Dus ik krabbel maar wat. Dat is altijd de bedoeling geweest. Schrijven om mijn ei kwijt te kunnen of schrijven als ik de kluts kwijt bent. Een onsamenhangend maar duidelijk verhaal. Eerst maar even terug naar augustus. Ik heb tenslotte mijn vakantie naar Italië overleefd en ben heelhuids teruggekomen (lange reis, ver weg van huis, een kop vol wat-als gedachten, twijfel en tiramisu, zwemmen en zenuwpezen).

Ten tweede, en hier ben ik vooral tevreden over, heb ik de vakantie niet alleen overleefd maar vooral ook beleefd. Ik heb genoten en gelachen, teveel koolhydraten gegeten en risico’s genomen zoals het bestellen van een cappuccino na 11 uur s’ochtends (iets wat die Italianen een enorme frons op het voorhoofd bezorgd). Het grootste risico van allemaal was een poging doen tot het loslaten van de risico’s en de ‘wat-alsjes’, de eventuele gevolgen en het over analyseren van wat er zou kunnen gebeuren. En er waren zeker momenten dat ik uit mijn comfort zone stapte en een duik nam in het diepe. Het was een verfrissende duik en ik ben weer boven water komen. Hoe gevaarlijk kan het zijn om blij te zijn?

Ik dacht inmiddels al mijn angsten wel bij de naam te kennen. Ik weet toch waar ik bang voor ben? Ik ben toch bang voor de diepe dalen? Terugvallen? Ik ben toch bang voor het verliezen van controle en bij tijd en wijlen voor de dag van morgen? Voor de neerslachtigheid? De stront aan de knikker? De puinhoop die paniek heet? Gewend aan het gezelschap van alleen zijn, uitstellen en vermijden.

Hoe vervelend ze ook zijn, toch kan ik een bepaalde mate van veiligheid voelen in de angsten die ik heb. Het is tenslotte bekend terrein voor mij, ik weet de weg. Ik ken de routines en ik kan ze dromen. Het is een deel van wie ik ben geworden. Het is vergroeid met mijn identiteit. 

Heel lang wist ik niet wat ik moest of wilde doen. Ik keek om me heen en zag alleen maar mensen waarmee ik mezelf niet kon vergelijken. Ik had het al voor mezelf ingevuld. Ik kreeg het toch niet voor elkaar. Nu kom ik er langzaamaan achter dat er misschien wel meer is. Dat ik wellicht meer kan dan ik soms denk. Kom ik er misschien wel achter dat ik op mijn plek zit en studeer voor wat ik graag zou gaan doen in de toekomst. Zie ik voor me hoe dat er dan uit zou kunnen zien. Op een of andere manier beangstigd dat mij nog veel meer dan het niet weten en niets zien bij een kijkje in de toekomst. Als ik me blij voel, heb ik iets te verliezen. Dan kan ik teleurgesteld worden of teleurstellen.
Niet bang zijn is ook eng.

Welke kant ga je op als het alle kanten op kan gaan?
Ik denk dat ik het blij zijn maar gewoon blijf proberen. Zoals bij het bestellen van die cappuccino na 11en, kun je je bek eraan verbranden of er juist een aangename nasmaak aan over houden.
Het blijft altijd een risico. 

 

 

Geef een reactie